School

Het Montessorionderwijs

Maria Montessori

Maria Montessori (1870-1952) was de eerste vrouwelijke arts in Italië. In opdracht van de regering stichtte zij in de sloppenwijken in Rome haar ‘Casa dei bambini’ waar ze haar methode van onderwijzen mocht proberen bij kinderen. De manier waarop Maria Montessori met die kinderen omging sloeg zo goed aan dat deze steeds meer toepassing vond. Maria woonde ook in Spanje, India en een periode in Nederland. In al die landen bracht ze haar onderwijsideeën en werden er scholen opgericht. In 1952 overleed ze in Nederland.

De kern van montessorionderwijs

Montessori gebruikt drie begrippen om de ontwikkeling van kinderen aan te geven:

De bouwer

Het kind van drie tot zes jaar is de bouwer van de mens. Alles wat nodig is voor de ontwikkeling van het kind is er. Het kind is rijp om te oefenen.

 

De onderzoeker

Het kind van zes tot negen jaar is de onderzoeker. Het heeft belangstelling voor alles om zich heen, vraagt erover en onderzoekt het.

 

De wetenschapper

Het kind van negen tot twaalf is de wetenschapper. Het brengt de dingen waarmee het bezig is met elkaar in verband. Oorzaak en gevolg worden duidelijk, het kind denkt na over zichzelf. Het kind is zelf de bouwer van zijn persoonlijkheid. Het heeft daarbij de hulp nodig van leerkrachten en van zijn ouders. Maar het zelf willen en het zelf doen is het belangrijkste.

Spontane belangstelling voor van alles en nog wat, zelf op onderzoek uitgaan en actief zijn zit allemaal in het kind zelf.

 

De Montessorischool kent geen gewone jaarklassen. Kinderen zitten in 3 leeftijdsgroepen bij elkaar. Kinderen van vier tot zes jaar zitten bij elkaar in een onderbouwgroep, in de middenbouwgroep zitten kinderen van zes tot negen jaar bij elkaar en in de bovenbouwgroep kinderen van negen tot twaalfjaar.

 

Kinderen leren van elkaar, kinderen leven met elkaar en dat bevordert de sociale ontwikkeling. Ze zijn een keer de jongste, de middelste en de oudste in de groep. Doordat de rol verandert, wordt het kind veel minder gestigmatiseerd. Nooit zal een kind jarenlang de grootste, de snelste, de slimste van een groep zijn. Zelfs als je geen sportieve en snelle renner bent kun je als oudste van een groep sneller rennen dan enkele andere kinderen. Deze ervaring maakt  je veerkrachtig en respectvol naar de ander.